Zaterdag 18 september:                 Palermo - Capo Gallo - Palermo

In de namiddag fiets ik naar de zee, maar eerst nog eens langs de Mercato del Capo, met zijn kleurrijke volkse drukte, schreeuwerige vis-,  groenten- en fruitverkopers onder kleurrijke luifels, reuzeparasollen en rieten dakjes. Ik moet al vlug afstappen, want er is geen doorkomen aan. Op een reusachtig viskraam flankeren de koppen van twee enorme zwaardvissen het aanbod van schalen vol zeevruchten: gamba’s, mosselen, inktvis en vongole (schelpdiertjes) en een onwaarschijnlijke variatie van zeevis: dorades, zeebaars, brasem, geep, zonnevis, zeepaling enz. Even verderop de hemelse geuren van bergen saffraan, gemalen pigment, peper en olijven in verschillende kleurtinten en smaken. De sfeer van de Noord-Afrikaanse soukh is nooit veraf. De steegjes zijn er alleen wat minder smal en de tapijten, djellaba’s, kaftans en en babouches  vind je hier niet.

Mercato del Capo, Palermo

Langs de Giardini Inglesi wordt het traject steeds groener. Ik rijd nu op het grondgebied van Mondello, de mondaine badplaats langs een baai in het noorden van Palermo tussen de Monte Pellegrino en de Riserva Naturale di Capo Gallo. De bomen en struiken in de tuin- en villawijken dragen zelfs in september nog de kleurrijkste bloemen (foto’s). Bloedrode, witte, roze oleanders en bougainvillea’s en tropische jacaranda’s met paars bloementrossen, en al even tropische zijdeflosbomen in de weelderigste kleurenvariaties sieren hier de straten. De tropische bomen gedijen hier in al hun weelde zoals in de rijke, residentiële gated communities van Afrikaanse kuststeden. Naar het beroemde strand van Mondello waag ik me niet. Ik heb geen zin om de drukte van de binnenstad in te ruilen voor die van een overbevolkte badplaats, waar zonnekloppers elkaar verdringen

Zijdeflosbomen op de route naar Capo Gallo (Mondello)

Sferrocavallo is mijn bestemming, een vissersdorpje  ten westen van het reservaat rond Capo Gallo, dat minder toeristen aantrekt. Ten minste dat hoop ik. Het staat bekend om zijn visrestaurants. Wanneer ik uiteindelijk op de Via Barcarello langs de rotsige kust rij, merk ik dat in de kleine haven jachten en vissersboten naast elkaar liggen te dobberen. Hier leeft nog een kleine gemeenschap van de visvangst. De visrestaurants zijn er ook. Een ervan heeft zijn terras uitgebouwd tot aan de rotsen waar de golven tegenaan klotsen. De locatie is te verleidelijk. Ik parkeer mijn fiets en neem plaats aan een van de nog vrije tafeltjes. De bediening is duidelijk niet opgewassen tegen de toevloed van restaurantgasten. Ik neem zelf een menukaart en kies een gerecht met naselli en calamari, een soort wijting en inktvis wanneer de eerste kelner na een kwartier wachten langskomt. Het duurt dan nog een half uur voor hij met mijn bord verschijnt. Maar het wachten loont de moeite. De vis is vers en met de Caponata van selder, tomaat en aubergine erbij is dit een delicieuze combinatie.

visrestaurant in Sferrocavallo bij Capo Gallo

Voldaan rij ik het stadje uit in de richting van het natuurreservaat rond de kaap. Ik houd even halt bij twee jongens die tot op kniehoogte in het water staan en zonet een gigantische krab gevangen hebben. Of ze er nog gevangen hebben, vraag ik. Zonder veel te zeggen, tonen ze me  enkele emmers die krioelen van over elkaar heen spartelende krabben en een andere vol kleine vongole. 

Ik vervolg mijn weg in de richting van het reservaat voorbij de grens van de bebouwing en kom op een schiereiland, het Punta Barcarello, waar mini-trulli van hooguit anderhalve meter tussen de agaven, een soort openluchtmuseum vormen. In het natuurreservaat aangekomen kom ik bij enkele snorkelaars die op de rotsen zitten uit te blazen van hun verkenning in het smaragdgroene zeewater. De attracties hier zijn de onderwatergrotten en enkele koralen. Ik fiets een onverhard pad hogerop, het Sentiero Spartivento, naar de impressionante kliffen van de kaap. naarmate ik hoger klim wordt het uitzicht steeds indrukwekkender, de begroeiing steeds dichter en het pad steeds hobbeliger en gevaarlijker. Na een poosje waag ik me niet verder hogerop, want ook de afgrond wordt dieper en ik heb evenmin zin om lek te rijden. Het pad loopt niet tot bij de kliffen, maar maakt een lus, terug naar beneden. Van Palermo, dat verscholen ligt achter de kaap, hier geen spoor meer. De ongereptheid van de zee, de kreten van zeevogels, de majestueuze kliffen en het reservaat zijn een oase van rust tussen de wilde olijven, steeneiken, wegedoorn  en wilde asperges (stracciabrache). 

Natuurreservaat van Capo Gallo

Vuilnisbelten langs de invalswegen van Palermo

Als ik terug zuidwaarts langs de zijdeflosbomen en oleanders van de villawijken van Mondello rij wacht mij in de Via Marchese di Villabianca en de Via Massimo d’Azegli een wel heel bijzonder ontvangstcomité op: een vuilnisbelt van honderden meters lang langs de weg. Het huisvuil van de stad ligt hier opgestapeld tussen de bomen  en in de bermen. Spontaan komt het in mij op dat hier ongetwijfeld de maffia achter zit zoals in Napels het geval was. Maar het is niet omdat afvalophaling een belangrijke inkomstenbron van de maffia is dat ze verantwoordelijk is voor alle afvalschandalen in  Zuid-Italiaanse steden. Hier in Palermo zou de Cosa Nostra niet rechtstreeks met deze wantoestanden te maken hebben. De schuld ligt bij de Amia, de Azienda Municipalizzata Igiene Ambientale, die diep in de schulden zit en het stakende  personeel maanden achterstallig loon verschuldigd is. De hoge kosten ontstonden door overtollige lokale bureaucratie, het cliëntelisme in de vorm van massale nutteloze jobcreatie, de fraude bij de financiële rapportering, kortom ernstige malgoverno.  Verbrandingsovens, recyclage en afvalverwerking  zoals in België en Nederland  staan in Sicilië nog maar in hun kinderschoenen. Nederland telt dubbel zoveel biomassacentrales als Italië en meer verbrandingsovens voor een bevolking die maar een derde van de Italiaanse is. Heel Zuid-Italië telt slechts zeven verbrandingsovens en in Sicilië wordt zelfs nog geen 1% van het huisvuil verbrand. Dus moet er transport worden georganiseerd naar het Noorden dat meer dan 26 installaties telt (2016), maar dat transport stuit op hevige tegenkanting van milieubewegingen en de separatisten (Lega) in het noorden. 

Piersanti Mattarella

Voor ik de Borgo Vecchio, de historische stad, binnen fiets kom ik voorbij de Giardini Inglesi of het Parco Piersanti Mattarella.

Piersanti Mattarella was de president vande regio Sicilië en de broer van de huidige Italiaanse president Sergio Mattarella. Evenals zijn broer en Aldo Moro was hij een rechtgeaard christendemocraat. In 1980 werd hij vermoord, wat wel meer gebeurt met integere politici die het goed bedoelen op Sicilië. De dader werd nooit opgepakt. Volgens sommige bronnen gebeurde de moord in opdracht van de maffia. Piersanti had namelijk een wet ingevoerd die bouwbedrijven strenge bouwvoorschriften oplegde. Bouwbedrijven die werden gerund door de maffia en woekerwinsten opstreken door ondermaatse, goedkope bouwmethodes, zagen zich geviseerd. Een andere versie schrijft de moord toe aan de Nuclei Armati Revoluzionari, een extreem-rechtse terreurbeweging, die ook verantwoordelijk wordt gehouden voor de aanslag op het station van Bologna die 85 dodelijke slachtoffers maakte.  Piersanti Mattarella behoorde net als Aldo Moro tot de linkervleugel van de DC, die komaf wilde maken met de banden tussen DC-politici en de maffia en ijverde voor een historisch compromis tussen christendemocraten en communisten. Mattarella zocht de actieve samenwerking met de communisten op en kon in Sicilië op hun  gedoogsteun rekenen. Het was de eerste in een lange reeks bloedige aanslagen en afrekeningen die Sicilië jarenlang in de greep van terreur en angst hield en waarmee de Cosa Nostra justitie en politie wilde duidelijk maken dat ze zich maar best afzijdig hielden.

Piersanti Matarella, de vermoorde president van de regio Sicilië 

De Siciliaanse Maffia: de historische wortels

Sicilië kroop maar moeizaam uit de feodaliteit. De voortdurende machtswissels op het eiland maakten landhervormingen bijzonder moeilijk afdwingbaar. De landbaronnen profiteerden daarvan.  Het beheer over hun domeinen en landerijen lieten ze over aan de zogenaamde Gabelloti, een soort opzichters die een commissie opstreken en op hun beurt de kleine pachters met wurgcontracten uitbuitten.

Gabelotti werden immers steeds inhaliger en durfden al vaak eens een deel van de opbrengst van de eigenaars opeisen, terwijl ze hun eis kracht bijzetten door arme boeren te ronselen waarmee ze  landheren of arme pachters konden afpersen. Ze werden een te duchten stand die embryonaal al maffiapraktijken toepaste.  De uitbuiting bleef duren, en bij mislukte oogsten en wanneer ze hun pacht niet langer konden betalen, lieten vele verpauperde boeren en herders hun ellendig bestaan achter zich en gingen zich in het onherbergzame binnenland bij bendes struikrovers aansluiten. De overheid was er toch totaal afwezig. Tegen deze banditi, die vaak steun kregen van de lokale bevolking, had ze weinig ander verweer dan ze vogelvrij te verklaren. Iedereen mocht deze banditi doden zonder enige vorm van proces. Bendeleden waren wel onderling gebonden door de omerta, de zwijgplicht. Bij hun arrestatie mochten ze niets prijsgeven over de organisatie waartoe ze behoorden. De omerta bestond dus al langer dan de maffia.       

Algemeen wordt aangenomen dat de oorsprong van de maffia terug te voeren is tot de eerste decennia van de 19de eeuw, toen de afschaffing van de feodale privileges de oude adel naar de steden dreef. Die afschaffing werd niet door de Bourbons ingevoerd, maar door de Britse bezetter, die op het eiland van 1806 tot 1815 een troepenmacht hield onder leiding van Lord Bentinck als verdediging tegen de Fransen die onder Napoleon in Napels de scepter zwaaiden. Bentinck voerde een Siciliaanse grondwet in die de feodale gebruiken afschafte en installeerde naar Brits model een parlement en een uitvoerende macht. In 1813 kwam het echter tot een crisis en een revolte van de baronnen in het nieuwe parlement.  Bentinck zag zich als verdediger van de liberale grondwet verplicht om in te grijpen als een soort verlichte autocraat. De koning, Ferdinand, die zich altijd tegen de grondwet had gekant,  kwam in 1816 na de nederlaag van Napoleon  als Ferdinand IV van Bourbon opnieuw op de troon. Sicilië en Napels werden onder hem herenigd.

 De baronnen waren eeuwenlang de erfelijke houders van ‘leengebieden’ die toebehoorden aan de koning. Ze beheerden niet alleen de gronden, maar stonden ook  in voor bestuur, orde en rechtspraak, omdat de ‘vreemde vorst’ dit nooit centraal georganiseerd kreeg. Om zich te beschermen tegen de vele roversbendes deden ze een beroep op privé-legers. En voor die privé-legers gingen ze precies rekruteren in die bendes die van struikroverij en ander banditisme hun kostwinning hadden gemaakt. Hun voorkeur ging dan uit naar de bandieten die het meeste ontzag en angst inboezemden bij het volk. Dat kwam ook van pas als ze moesten worden ingezet  om sociale rebellie van opstandige landarbeiders de kop in te drukken.

De leden van deze privé-legers droegen kentekens om duidelijk te maken dat ze eerbaar beschermingswerk deden voor een baron, ook al hadden ze vaak een crimineel verleden. Ze werden vaak broederschappen genoemd. Door de afwezigheid van centrale macht op Sicilië onder de Bourbons opereerden deze broederschappen lange tijd ongestoord. In 1812, toen de privileges verdwenen, gingen de baronnen steeds meer hun latifundi verhuren aan hun gabellotti of verkochten ze zelfs stukken grond. Grond werd tout court verhandelbaar en het aantal eigenaars van stukken land vertienvoudigde.  Om zich te beschermen tegen bandietenbendes in het binnenland, omringden ook de gabelotti , die land hadden verworven zich met gewapende campieri te paard. De vraag naar beschermingsmilities nam gestaag toe. Zo beschouwd leidden de landhervormingen tot een toename van de invloedssfeer van deze beschermingslegertjes en van een groeiende arbeidsmarkt in dienst van de privé-bescherming. Een carrière als crimineel was immers voor de verpauperde en ongeletterde landarbeider financieel een aantrekkelijk alternatief en bovendien bleef het gebruik van geweld om je eigen machtspositie te handhaven  tamelijk sociaal geaccepteerd in het Sicilië van de 19de eeuw. 

 

Na de eenmaking installeerde de jonge Italiaanse staat overal rechtbanken en politieposten en gingen de best georganiseerde broederschappen ondergronds. Omdat ze niet langer in dienst werkten van één baron, ondernemer of andere opdrachtgever, werden ze op zichzelf staande organisaties, die hun diensten aan verschillende klanten aanboden.  In 1865 maakt de prefect van Palermo voor het  eerst gewag van  een criminele organisatie onder leiding van de voormalige generaal van Garibaldi, Giovanni Corrao. Corrao nam als jonge havenarbeider in Palermo deel aan de Siciliaanse revolutie van 1848 die door de Bourbons werd neergeslagen. Hij werd verbannen maar landde in 1860 met een expeditie in Messina en begon in Palermo vrijwilligers te rekruteren voor de onafhankelijkheidsstrijd  in afwachting dat Garibaldi met zijn duizend  roodhemden op Sicilië landde. Hij werd generaal in het leger van Garibaldi en werd later kolonel in het Italiaanse leger, maar nam er ontslag en rebelleerde tegen de door de Piemontese bourgeoisie gedomineerde moderne eenheidsstaat. Het rapport van de Italiaansgezinde prefect, die hem beschuldigde aan het hoofd te staan van een misdaadorganisatie, wordt door historici in twijfel getrokken. Corrao was een Siciliaanse volksheld die wellicht banden had met maffiosi, maar die werd gevreesd door de Italiaanse regering als potentiële leider van een volksopstand in Sicilië. Hij werd in 1863 vermoord, volgens een getuige door vermomde Carabinieri, volgens de officiële versie door de maffia. 

Giovanni Corrao

In 1877 greep het centrale gezag van de kersverse Italiaanse staat in en stuurde een prefect naar Palermo, Antonio Malusardi, die massaal bandietenbendes aanpakte, maar de maffia ongemoeid liet.  De verstrengeling tussen politiek en maffiosi werd contradictorisch genoeg nog versterkt door de uitbreiding van het stemrecht rond de eeuwwisseling omdat de gabellotto zijn diensten aanbood aan bepaalde kandidaten in de vorm van fraude en intimidatie van het kiespubliek. Na de effectieve verkiezing van de kandidaat liet die hem in ruil straffeloos zijn criminele activiteiten uitvoeren. Ook werd de maffia, die toen al Cosa Nostra heette, ingezet tegen socialistisch geïnspireerde boerenbewegingen zoals de Sicilaanse Fasci. Hun leider Bernardino Verro was afkomstig uit het maffianest Corleone en werkte aanvankelijk samen met de maffia, maar toen de maffia stakingen begon te breken en een alliantie aanging met de katholieken, werd hij er een verbeten tegenstander van. In 1914 werd hij burgemeester van Corleone voor de socialisten, maar werd een jaar later door de maffia doodgeschoten.   Andere leiders van boeren- en arbeidersopstanden ondergingen hetzelfde lot. 

Bernardino Verro, de door de maffia vermoorde burgemeester van Corleone

De Siciliaanse Maffia onder het fascisme en tijdens de bezetting 

Onder het fascistisch bewind van Mussolini in de jaren 1924-1929 was Cesare Mori prefect in Sicilië en trad hard op tegen banditisme en de maffia. Mussolini gaf hem de opdracht de macht van de centrale overheid te herstellen. De ijzeren prefect, zoals hij werd genoemd, schuwde een harde aanpak niet en verrichtte massa-arrestaties, maar vooral onder het voetvolk, de soldati. De grote maffiabazen, de dons, bleven buiten schot. Zo was maffiabaas Vito Genovese een goede vriend van Mori, terwijl andere maffiabazen het hazenpad kozen naar de VS, waar ze zich aansloten bij de Amerikaanse Cosa Nostra.

Cesare Mori, de ijzeren prefect onder het fascisme

De Amerikaanse Cosa Nostra steekt een handje toe

Een nieuwe boost zou de Cosa Nostra krijgen toen Amerikaanse Cosa Nostrabazen opnieuw voet aan wal zetten met de invasie van de geallieerden op Sicilië in 1943. De mythe wil dat de CIA massaal gebruik maakte van maffiaconnecties tussen Sicilië en de VS bij hun landing, maar heel wat historici betwisten dat. Bij de val van het fascisme in 1943 werden alle fascisten uit de bestuursambten gewipt na de installatie van een Allied Military Government of Occupied Territories. De maffia profiteerde daarvan en kwam na jaren ondergrondse activiteiten weer meespelen in de economie en zelfs in het bestuur. Heel wat Siciliaanse burgemeesters onder de bezetter hadden al maffiabanden. Samen met de import van Amerikaanse maffiabazen, die met hun kennis van Engels en Italiaans uitstekend geschikt waren om onder de Engelstalige bezetter bestuursfuncties in te vullen,  gaf dat de organisatie een nieuwe vliegende start. De Siciliaanse Dons, de bazen van de belangrijkste maffiafamilies gaven zich uit voor anti-fascisten en anti-communisten, wat in de smaak viel bij de Amerikaanse overheid, die het eiland meesleurde in de Koude Oorlog. De socialisten en communisten die na de oorlog een derde van de parlementszetels in de wacht sleepten, werden met felle anti-communistische propaganda  van de Amerikaanse Cosa Nostra als de nieuwe vijand geviseerd.

Maffia-activiteiten na de oorlog

Na de oorlog verlegden de Sicilaanse maffiabazen hun activiteit. Opdrachten voor  landeigenaars moesten wijken voor het lucratieve werk in de steden. Palermo had enkele felle bombardementen ondergaan tijdens de oorlog en hele wijken moesten worden heropgebouwd. De maffiafamilies gingen bevriende politici bewerken om aanbestedingen voor de bouw van nieuwe wijken binnen te halen. Burgemeesters van de Democrazia Christiana bleken omkoopbaar. De maffia ging voor hen ijverig stemmen ronselen in ruil voor lucratieve overheidsopdrachten. In dat opzicht is het niet verwonderlijk dat de DC jarenlang het bestaan van de maffia minimaliseerde of zelfs ontkende. 

Tot de jaren zestig haalde de maffia zijn inkomsten uit kidnapping of overvallen maar ook uit minder opzichtige criminaliteit zoals de smokkel van sigaretten of de afpersing van winkels en bedrijven in de dorpen en stadswijken op hun territorium. In ruil voor zogenaamde bescherming moesten de winkeliers en ondernemers pizzi betalen. Wie dat weigerde zag zijn winkel plotseling in vlammen opgaan, geplunderd worden enz. Bouwcontracten werden binnengehaald door omkoping van bevriende politici, gemanipuleerde aanbestedingen of simpelweg door intimidatie van de concurrentie.  Christendemocratische bestuurslui als Salvo Lima en Vito Ciancimino speelden daarin een cruciale rol. Ciancimino was slechts enkele maanden burgemeester, maar hij was wel de schepen van openbare werken onder burgemeester Lima en wordt verantwoordelijk geacht voor de kaalslag in de toenmalige groene gordel rond Palermo en de afbraak van tientallen architecturaal waardevolle villa’s en palazzi, die moesten plaats ruimen voor nieuwe appartementsblokken. Tussen 1959 en 1964 deelde hij 4000 bouwvergunningen uit, waarvan 2000 aan drie tussenpersonen. Hij werd er pas in 1984 voor opgepakt nadat de bekende pentito Tommasso Buscetta hem aan de galg praatte. Door zich te laten omkopen had hij een omvangrijk fortuin verzameld dat hij onder valse namen op verschillende buitenlandse bankrekeningen had ondergebracht. Ciancimino was afkomstig van Corleone. Hij werd veroordeeld tot acht jaar huisarrest, een milde straf die hij had bekomen door vrij vlot mee te werken met onderzoeken van justitie naar de handel en wandel van de de Cosa Nostra.

Vito Ciancimino

De eerste maffiaoorlog :  Greco vs. La Barbera

 

De Cosa Nostra bestaat uit famiglie met aan het hoofd een capo, terwijl een capobastone het toezicht leidt op het territorium waarop de familie actief is. De Cupola groepeert alle capo’s van de maffiafamilies. Naast de zwijgplicht (omerta) is het eergevoel een steunpilaar van de  misdaadorganisatie, waarvan de leden mannen van eer (uomini de onore) worden genoemd. Zij erkennen bloedwraak (vendetta) als wettige eigen rechtspraak. Een moord op een familielid wordt gewroken door een moord in de familie van de dader, omdat de familie-eer is aangetast. Vendetta is eeuwenoud. Ook in Albanië wordt bloedwraak nog toegepast. Ze was vroeger eigen aan veel traditionele, geïsoleerde samenlevingen rond de Middellandse Zee, waar nauwelijks wetten van centrale overheden bestonden. In maffia-organisaties is vendetta uiteraard lang niet de enige reden om aan het moorden te slaan. Moordpartijen kunnen behoorlijk uit de hand lopen als er grote sommen geld mee gemoeid zijn, wat meestal in de drugshandel het geval. Dat was bijvoorbeeld al het geval in wat later de eerste maffiaoorlog wordt genoemd. Daarin stonden de familie Greco uit Ciaculli, een buitenwijk in het Zuid-Oosten van Palermo en de familie La Barbera die in de onderwereld van Palermo Centro en de Borgo Vecchio de plak zwaaide,tegenover elkaar. Allebei zetelden ze zoals de meeste belangrijke maffiafamilies in de overkoepelende Commissie van de Cosa Nostra.  Alles begon in 1962 met beschuldigingen heen en weer over een misgelopen transport van heroïne naar New York, waarbij een deel van de lading was verdwenen.  Er vielen tientallen doden in deze moordpartijen, die breed in de kranten werden uitgesmeerd. De regering stuurde 10.000 manschappen naar Sicilië en arresteerde 1200 verdachten en er werd een Anti-Maffia commissie opgericht.

De tweede maffia-oorlog: de terreur van de Corleonesi

In de jaren zestig was Marseille de draaischijf van de Europese heroïnehandel tussen Azië en de VS, in de jaren zeventig nam Palermo die rol over toen in Marseille de French Connection van vooral Corsicaanse gangs werd opgerold. De heroïnehandel met de VS deed de omzet van de maffia-activiteiten exponentieel groeien met een interne oorlog tussen clans als gevolg. Het was de clan uit Corleone die het meest gewelddadig tekeer ging en uiteindelijk in de jaren tachtig de overhand kreeg. Luciano Leggio, daarna Toto Riina en ten slotte Bernardo Provenzano waren na elkaar de capi van de Corleone-clan. Ze waren meedogenloos voor de concurrentie, de overheid die hen bestreed en iedereen in eigen rangen die ze onbetrouwbaar achtten. Hun wreedheid evenaarde die van de Columbiaanse drugskartels in die tijd. Toto Riina, bijgenaamd Het Beest (La Belva), zou uiteindelijk de capo dei capi worden van de Cosa Nostra. Hij voerde een vuile oorlog tegen concurrerende misdaadfamilies, tegen het gerecht, journalisten en politie. Daaronder nogal wat cadaveri excellenti, kopstukken uit de politiek en justitie. Zelf zou hij de opdracht hebben gegeven voor 150 moorden onder meer op de onderzoeksrechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino van de antimaffiapool in Palermo. Falcone kwam samen met zijn vrouw en drie inzittenden door een autobom om het leven vlakbij het vliegveld van Palermo in 1994. Twee maanden daarna was het de beurt aan zijn opvolger, onderzoeksrechter Paolo Borsellino. Toen hij zijn moeder ging bezoeken werd hij samen met vijf beveiligingsagenten de lucht ingeblazen.  Als eerbetoon aan de beide anti-maffiamagistraten werd het vliegveld van Palermo naar hen genoemd. Ze wisten dat ze het mikpunt zouden worden van de Cosa Nostra toen ze de opdracht aanvaardden. Eerder, in 1982 was de generaal van de Carabinieri, Carlo Alberto Dalla Chiesa, samen met zijn vrouw doorzeefd in zijn auto in de badplaats Mondello. Dalla Chiesa was net benoemd tot prefect in Palermo om het geweld in de tweede Maffia-oorlog te doen ophouden. In totaal lieten in de tweede  maffiaoorlog een duizendtal mensen het leven.

Capo dei capi Toto Riina (Het Beest) en zijn opvolger Bernardo Provenzano (De Tractor)

Spijtoptanten (pentiti) leggen werking Cosa Nostra bloot

Dat Falcone in het bijzonder werd geviseerd is niet verwonderlijk. Hij wist de capo Tommasso Buscetta, lid van een concurrerende clan die een tijdlang naar Brazilië was gevlucht om te ontkomen aan de jacht die de Corleonesi op hem maakten,  te overtuigen om te breken met de omerta en mee te werken met het gerecht. Buscetta had zo zijn redenen om Riina aan de galg te praten. De capo dei capi liet zijn twee zonen, een broer, een schoonbroer en vier van zijn neven ombrengen.  Het was duidelijk dat de Corleonesi met hun bruut geweld de hele erecode van de Cosa Nostra aan hun laars lapten en dat heeft ertoe bijgedragen dat ongeveer 1000 pentiti gingen praten met de politie.

 Buscetta kreeg als spijtoptant getuigenbescherming van lijfwachten, nam in de VS een nieuwe identiteit aan, onderging zelfs plastische chirurgie en stierf er in 2000.  Tijdens het maxiproces in Palermo in 1986 legde hij in verklaringen de hele structuur en de werking van de cosa nostra bloot, waardoor andere maffiabazen zelf begonnen te klikken en er uiteindelijk honderden leden  konden veroordeeld worden. Het hele maxiproces met Pierfrancesco Favino in de hoofdrol van Tommasso Buscetta is verfilmd door Marco Bellocchio in ‘Il Traditore’ (de verrader, 2019). Een veel fictiever en geromantiseerder beeld van de maffia toont de verfilming van “The Godfather”, een boek van de Amerikaanse schrijver Mario Puzzi, waarin de maffiafamilie Corleone de hoofdrol speelt met Marlon Brando als Vito ‘Don’ Corleone en Al Pacino als zijn zoon Michael Corleone. Sinds deze blockbuster de Amerikaanse en Europese filmzalen veroverde wordt het stadje Corleone alleen nog maar met de maffia geassocieerd, zeer tegen de zin van zijn bewoners. 

Spijtoptant Tomasso Buscetta

Toto Riina werd In 1993 opgepakt en tot 26 keer levenslang veroordeeld.  Hij overleed in 2017. Zijn zonen Giuseppe en Giovanni gingen het pad op van hun vader en belandden allebei in de gevangenis. Zijn opvolger Bernardo Provenzano, bijgenaamd ‘De Tractor’, nam in 1995 de leidende rol over, maar werd in 2006 gearresteerd, nadat hij zo’n 43 jaar voortvluchtig was. Hij stierf in 2016. Onder hem werd de Cosa Nostra efficiënter en minder bloedig. De maffioso die in 1983 vanop een heuvel in Capaci de bom deed ontploffen in de riool  waar de auto van Falcone voorbijkwam, Giovanni Brusca, bijgenaamd ‘het varken’, werd ook een pentito, maar dan een zeer controversiële, die lang niet altijd de waarheid sprak. Voor zijn arrestatie in 1996 had hij nog deelgenomen aan de terreurcampagne die de Corleonesi hadden opgezet in toeristische steden als Firenze, Milaan en Rome na de arrestatie van Toto Riina. In Firenze werd een autobom geplaatst bij het wereldberoemde museum van de Uffizi, in Rome vielen bij een aanslag 10 doden en 71 gewonden op de Piazza San Giovanni in Laterano en de via San Teodoro. In die bommencampagne speelde ook Matteo Messina Denaro een vooraanstaande rol. Hij werd hiervoor bj verstek tot levenslang veroordeeld in 2002 en zou later nog enkele keren levenslang krijgen voor opdrachten tot moord die hij had gegeven. Na de dood van Riina en Provenzano wordt aangenomen dat Messina Denaro de nieuwe capo dei capi is geworden. Hij werd in 2023 opgepakt in een privé-kliniek in Palermo, waar hij onder een valse naam een chemotherapiekuur tegen kanker onderging. Hij zou nog negen maanden leven en stierf in september van dat jaar. 

Street Art Palermo: de vermoorde onderzoeksrechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino, foto: Alessandrobottone

Generaal Dalla Chiesa: vermoord in 1982

Een van de meest kleurrijke en gerespecteerde maffiabestrijders in Palermo is de voormalige burgemeester Leoluca Orlando. Tussen 1885 en 2022 was hij in totaal meer dan twintig jaar burgemeester. Als juridisch adviseur van de vermoorde voorzitter van de regio Sicilië Piersanti Mattarella schreef hij mee aan de wet die budgetten van de door de maffia geïnfiltreerde regioregering naar de steden overhevelde. Aanvankelijk lid van de linkervleugel van de DC, kwam hij bij La Margherita terecht, een partij die deel uitmaakte van de centrum-linkse olijfboomcoalitie van Romano Prodi. Na een omweg naar Italia dei Valori van Mani Pulite-procureur Antonio di Pietro en de Movimento 139, verwijzend naar de 139 artikels van de grondwet, belandde hij uiteindelijk bij de Partito Democratico. Onder zijn laatste burgemeesterschap werden verschillende monumenten uit het Arabisch-Normandische tijdperk tot werelderfgoed uitgeroepen en kreeg het toerisme een boost. Het laatste memorabele feit was zijn toelating om de Aquarius met aan boord 629 bootvluchtelingen te laten aanmeren in de haven van Palermo, waarmee hij tegen de orders van de toenmalige minister van binnenlandse Zaken en voorzitter van de extreem-rechtse Lega, Matteo Salvini, inging. 

Leoluca Orlando,20 jaar burgemeester in Palermo

Als de overheid onzichtbaar wordt...

De 17-de eeuwse Engelse filosoof Thomas Hobbes stelde dat de menselijke natuur drie drijfveren kent die hem tot geweld aanzetten: wanneer hij voelt dat zijn veiligheid op het spel staat, als hij uit is op gewin of bezit of als hij wraak wil nemen. Daarom was een sterkestaat met wetten noodzakelijk, die gezag inboezemde en zich het monopolie over het gebruik van geweld toeëigende. Een dergelijke staat of  tiran vergeleek hij met het bijbelse zeemonster Leviathan. Waar de staat of overheidafwezig bleef, zoals op vele plaatsen in Sicilië, stond de deur wagenwijd open voor geweld, een vruchtbare bodem voor een maffia. Vandaag neigen gebieden als Libië, Somalië en Oost-Congo waar elk centraal gezag ontbreekt en waar war lords met geweld de scepter zwaaien Hobbes gelijk te geven. Daar geldt het recht van de sterkste.

De evolutiepsycholoog Steve Pinker, hoogleraar aan de Harvard Universiteit,  voegt daar nog een drijfveer aan toe in zijn ‘The Better Angels of our Nature’: machogeweld tussen mannelijke exemplaren voor posities in de pikorde van de dominantie. Daarmee hebben we de drijfveren opgesomd die drugkartels, maffiosi, warlords of street gangs gewelddadig maken.

Bij afwezigheid van een sterke overheid die  een monopolie heeft op het gebruik van geweld en voor de veiligheid van zijn burgers kan instaan, handhaafde de maffia  de wet volgens eigen regels. Waar ze  ten tonele verscheen, nam ze tegen betaling van ‘pizzi’ deze rol over of paste ze de ‘Mano Nera’ toe, afpersing en chantage van soms hele dorpen of wijken. Het verschil met een ‘ordinaire’ misdaadorganisatie is dat de leden zichzelf zien als fatsoenlijke mannen met een archaïsch eergevoel en een zweem van morele onwrikbaarheid die zich aan regels houden.  Sommige maffiosi gingen daarbij zover dat ze ontkenden een criminele organisatie te zijn. Ze zagen zichzelf als een soort Robin Hoods die samenwerking met de politie schuwen en de overheid wantrouwen. 

De ontwikkelingen na de jaren zestig met de start van de bloedige en meedogenloze maffiaoorlogen hebben aangetoond dat deze geromantiseerde versie wel heel ver van de realiteit af stond. De gedragscodes van de mannen van eer  die een rookgordijn optrokken voor hun brute, meedogenloze clangeweld doen denken aan wat de historica Barbara Tuchman beschrijft bij de privé-oorlogjes die ridders onder elkaar voerden in de 'The Calamitous 14th century'. Ze plunderden hele dorpen, stichtten brand, verwoesten de gewassen op de velden en doodden de arme boeren op het domein van hun vijand, terwijl ze moed, eergevoel, ridderlijkheid, glorie en galanterie claimden in ridderromans en toernooien.